Incassoprocesrecht: vernietigde kostenbedingen
Een rookgordijn, dat zou volgens mij wel de conclusie mogen zijn die het Hof (terecht) trok in een arrest uit 2025[1] over de manier waarop een incassobureau haar te verkrijgen loon communiceerde met haar opdrachtgevers. En een rookgordijn is uit de aard der zaak al iets dat aan transparantie in de weg staat, en dat was dan ook het eindoordeel van het Hof: de kostenbedingen waren in hoge mate niet transparant.
Het loon van het incassobureau is een kostenpost voor de opdrachtgever. Die laatste maakt immers kosten om via het incassobureau zijn vordering geïnd te krijgen, en naast te betalen voorgeschoten en doorbelaste kosten, is daarvan mede onderdeel het uurtarief van het incassobureau zelf bij een rechtsgang.
In de algemene voorwaarden van het incassobureau werden deze kosten uitgewerkt in zogenaamde ‘kostenbedingen’, welke bedingen bij dit bureau – excusez le mot – een puinhoop waren. Niet alleen weken mededelingen op de website af van de aangenomen opdracht, ook hanteerde men voor zowel het buitengerechtelijke als het gerechtelijke traject dezelfde algemene voorwaarden, en de daarin opgenomen kostenbedingen waren zo onduidelijk, dat deze ‘onredelijk bezwarend’ werden geacht te zijn (art. 6:233, sub a BW).
De kostenbedingen werden daarom dan ook vernietigd.
Waar ik me nu op focus is deze overweging uit het arrest:
“Een overeenkomst van opdracht kan niet bestaan zonder (enige vorm van) loon, zodat de vernietiging van de kostenbedingen leidt tot het verval van de gehele overeenkomst”.
Inderdaad, onderdeel van de opdrachtovereenkomst is het betalen van loon (art. 7:405, lid 1 BW). Dit is een zogenaamd kernbeding, zie art. 6:231, sub a BW. Het betalen van loon is immers een noodzakelijke prestatie om van opdracht te kunnen spreken. Wel moet die prestatie, ook volgens laatstgenoemd artikel, ‘duidelijk en begrijpelijk’ zijn geformuleerd.
In deze zaak was de kernprestatie opgenomen in de algemene voorwaarden. En als zo’n – de kern van de overeenkomst betreffend – beding dan wordt vernietigd, dan gaat inderdaad de hele overeenkomst onderuit. Je trekt de angel er als het ware uit.
Was er geen andere oplossing mogelijk om de opdracht toch staande te laten?
Art. 7:405, lid 2 BW stelt dat een redelijk loon verschuldigd is, indien partijen verder niets (over de hoogte ervan) hebben afgesproken. Dit is een aanvulling van het contract volgens de regels van de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248, lid 1 BW).
Echter, indien er wel een afspraak was over het loon, maar die afspraak wordt vernietigd, en het gaat ook nog eens om een kernbeding, dan kan de overeenkomst niet voor een deel wel in stand blijven. En de vernietigde bedingen omzetten naar geldige kostenbedingen (conversie ex art. 3:42 BW) kan alleen wanneer aangenomen mag worden dat de opdrachtgever voornemens was om in ieder geval iets te betalen aan loon. Hier werd nu juist door het incassobureau geworven met de slogan ‘no cure – no pay’, dus zo’n conversie lag niet in de rede.
Dus: een kernbeding mee laten liften in de algemene voorwaarden is risicovol, en in dit geval zou het zelfs beter zijn geweest om de bedingen over het betalen van loon open te laten, wat uiteraard niet professioneel is, maar je hand overspelen leidt in ieder geval tot het lid op de neus.
[1] Hof A’dam, 08-04-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:955