Verzekeringsrecht: geen U-bocht om toch de schade te verhalen op de echtgenoot.
Stel, in de binnenstad van Pechdam botsen een auto en een motor op elkaar op een kruising. De Peugeot van meneer De Vries reed door rood, maar de BMW-motor van het echtpaar Jansen reed te hard. Allebei schuld, en degene met echt pech was mevrouw Jansen die door de aanrijding en val een arm brak.
De zorgverzekeraar van mevrouw Jansen vergoedde haar keurig alle kosten en wilde verhaal nemen voor die gemaakte kosten op de veroorzakers van haar (letsel)schade: op haar echtgenoot meneer Jansen en/of op die meneer De Vries.
Nu schrijft de wet voor dat een verzekeraar nooit verhaal mag nemen op een familielid, dus in dit geval niet op echtgenoot meneer Jansen. Blijft over meneer De Vries. En dat mag wel. De vraag is alleen: voor welk bedrag? Het hele bedrag of de helft? Meneer Jansen had slechts voor de helft schuld, maar, zo zegt de wet ergens anders: als twee mensen samen verantwoordelijk zijn voor dezelfde schade, mag je ieder voor het héle bedrag aanspreken, en die aangesprokene moet dan zelf de andere helft van het bedrag maar terugvorderen van de andere brokkenpiloot. Of: zijn verzekeraar moet die andere helft maar verder gaan verhalen.
En dat kan uitkomst bieden want de verzekeraar van meneer De Vries (die dan de volledige schade zou betalen aan mevrouw Jansens verzekeraar) zou dan wel dat verhaal kunnen nemen op meneer Jansen. Meneer De Vries en meneer Jansen zijn immers geen familie van elkaar. Via een U-bocht komt (een deel van) de claim zo dus toch weer op het bord van meneer Jansen terecht. Echter:
Die vlieger gaat niet op. De Hoge Raad oordeelde dat die U-bocht-constructie (die aan de echtgenoot toch de rekening presenteert) strijdig is met het de bedoeling van de wetgever en dat het verhaalsrecht van mevrouw Jansens verzekeraar wordt beperkt: beperkt in aangesproken partijen en daarmee ook beperkt in omvang. Alleen op de niet-uitgesloten partij mag de schade worden verhaald (beperking aantal medeschuldenaren) en het verhaalsbedrag op hem wordt verminderd met het aandeel aan schuld dat het familielid heeft (het aandeel dat aan hem is toe te rekenen, art. 6:101 BW).
Kortom: volledig verhaal nemen op een schuldenaar die op zijn beurt weer verhaal kan nemen op iemand die de dans eigenlijk zou mogen ontspringen, is een U-bocht-constructie (de Hoge Raad spreekt van ‘een indirecte weg’) die niet is toegestaan, in dat geval geldt: kun jij de verhaalsdans niet ontspringen maar een ander wel, dan betaal je alleen jouw aandeel in die schade.